maandag 14 januari 2013 | Spaarrente.nl
Net als over inkomen uit loon, moet er over spaargeld belasting betaald worden. De Belastingdienst ziet de rente op spaargeld namelijk als inkomen. Daarom valt spaargeld onder het eigen vermogen in belasting box 3, waarin ook beleggingen en een tweede huis belast worden. In dit artikel legt
Spaarrente.nl uit wat de belastingregels zijn voor spaargeld.
Spaargeld Belastingdienst
Het eigen vermogen in box 3 bestaat uit spaargeld, beleggingen en een tweede woning min eventuele schulden. Het vermogen hoger dan de heffingsvrije grens van 21.139 euro (42.278 euro voor fiscaal partners) is het belastbaar vermogen in box 3, waarover vermogensrendementsheffing betaald moet worden. Deze vermogensrendementsheffing bedraagt 1,2 procent van het belastbaar vermogen.
Dit percentage is gebaseerd op het uitgangspunt dat er 4 procent rendement behaald wordt over het vermogen in box 3. Hierover moet 30 procent belasting betaald worden, en 30 procent van 4 is 1,2 procent. Of iemand werkelijk 4 procent rendement behaalt, maakt geen verschil. Het kan dus zijn dan iemand een hoger rendement behaalt of juist een lager rendement. In beide gevallen blijft de belasting gelijk.
Vrijstellingen Belastingdienst en spaargeld
De Belastingdienst hanteert een aantal vrijstellingen op de vermogensrendementsheffing. Eerder werd al genoemd dat schulden van het vermogen afgetrokken mogen worden. Voorwaarde hiervoor is wel dat de schulden hoger zijn dan 2.900 euro in 2013. Voor fiscaal partners moet de schuld minimaal 5.800 euro bedragen.
Heffingsvrije grens
Een andere bekende vrijstelling is de verhoogde heffingsvrije grens voor groene beleggingen en spaarrekeningen. Wie spaart op een
groene spaarrekening met een groencertificaat, krijgt een verhoogde vrijstelling van 56.420 euro of 112.840 euro als er sprake is van fiscaal partnerschap. Deze verhoging komt bovenop de heffingsvrije grens die voor iedereen geldt. De inleg op een groene spaarrekening levert een extra heffingskorting in box 1 op van 0,7 procent.
Ouderentoeslag
Ook bestaat er een verhoging van de heffingsvrije grens voor ouderen met een laag inkomen, de ouderentoeslag. Voor een inkomen tot 14.302 euro in 2013 bedraagt de ouderentoeslag 27.984 euro. Voor een inkomen tot 19.985 euro geldt een ouderentoeslag van 13.992 euro. Deze gelden dus als extra heffingsvrij vermogen in box 3, bovenop het algemene heffingsvrije bedrag van 21.139 euro.
Belastingdienst spaargeld 2012
In 2012 werd de extra vrijstelling voor kinderen afgeschaft. Spaargeld van kinderen valt namelijk onder het vermogen van de ouders. Met een verhoging van de heffingsvrije grens van 2.779 euro per kind, werd het
sparen voor kinderen fiscaal aantrekkelijker gemaakt. Maar vanaf 2012 geldt er geen extra heffingsvrij bedrag voor kinderen.
Belastingdienst spaargeld 2013
In 2013 werden er geen veranderingen doorgevoerd in de vermogensrendementsheffing. De hoogte van de belasting en van de vrijstellingen blijft gelijk aan de normen van 2012.
Belastingdienst spaargeld 2011
In 2011 werd er een verandering doorgevoerd in de belasting van spaargeld. Tot 2011 hanteerde de Belastingdienst twee peildata om het eigen vermogen te meten, namelijk 1 januari en 31 december van een jaar. Het gemiddelde vermogen van deze twee peildata werd als eigen vermogen belast. Vanaf 2011 bestaat er nog maar één peildatum, namelijk 1 januari. Het vermogen op deze datum is het bedrag waarmee de Belastingdienst rekent.