Wat is de beleidsrente van de ECB?
De beleidsrente is het belangrijkste instrument waarmee de Europese Centrale Bank (ECB) invloed uitoefent op de financiële markten binnen de eurozone. Met deze rente bepaalt de ECB tegen welke voorwaarden commerciële banken geld kunnen lenen bij de centrale bank of juist geld kunnen aanhouden bij de ECB.
De ECB gebruikt hiervoor drie officiële rentes:
- de depositorente
- de herfinancieringsrente
- de marginale beleningsrente
Depositorente is de rente die banken ontvangen wanneer zij tijdelijk geld parkeren bij de ECB. Deze rente geldt tegenwoordig als de belangrijkste beleidsrente van de ECB en heeft de grootste invloed op spaarrentes.
Herfinancieringsrente is de rente waartegen banken geld kunnen lenen bij de ECB voor reguliere financiering op kortere termijn.
Marginale beleningsrente geldt voor zeer kortlopende noodleningen aan banken en ligt meestal hoger dan de andere ECB-rentes.
Wanneer media berichten dat 'de ECB de rente verhoogt', gaat het meestal vooral over veranderingen van de depositorente.
Waarvoor gebruikt de ECB de beleidsrente?
Met de beleidsrentes probeert de ECB de economie binnen de eurozone stabiel te houden en inflatie rond de gewenste 2% te krijgen.
Loopt inflatie te hard op? Dan verhoogt de ECB meestal de rente. Daardoor wordt lenen duurder, geven consumenten en bedrijven vaak minder geld uit en kan de inflatie afremmen. Is de economische groei juist zwak of daalt inflatie te sterk? Dan kan de ECB de rente verlagen om lenen goedkoper te maken en de economie te stimuleren.
Via deze renteveranderingen heeft de ECB indirect invloed op leenrentes, hypotheekrentes én spaarrentes. Toch bepaalt de ECB niet rechtstreeks hoeveel spaarrente banken aanbieden. Banken maken daarin uiteindelijk hun eigen commerciële keuzes.
Wil je meer weten over de invloed van centrale banken? Lees dan ook Welke invloed heeft de ECB-rente op je spaarrente?
Banken bepalen uiteindelijk zelf de spaarrente
Hoewel de beleidsrente belangrijk is, bepalen banken uiteindelijk zelf hoeveel spaarrente zij aanbieden. Daarbij kijken banken onder meer naar hoeveel spaargeld zij al hebben, hoeveel nieuwe spaarklanten zij willen aantrekken en hoe duur andere vormen van financiering zijn. Heeft een bank al veel spaargeld van bestaande klanten? Dan is de noodzaak om de rente op spaarrekeningen snel te verhogen meestal kleiner.
Vooral grote Nederlandse banken beschikken vaak al over veel spaargeld. Daardoor reageren zij meestal geleidelijker op stijgende rentes van de ECB.
Waarom sommige banken sneller reageren
Niet iedere bank heeft dezelfde strategie. Kleinere banken en buitenlandse spaarbanken willen vaak sneller groeien en gebruiken spaarrentes actiever om nieuwe klanten aan te trekken. Daardoor zie je vaak dat kleinere banken en buitenlandse aanbieders spaarrentes sneller verhogen zodra marktrentes stijgen. Grote banken wachten juist langer omdat zij al over veel spaargeld beschikken. Dat verklaart waarom spaarrentes soms flink uiteenlopen terwijl banken met dezelfde ECB-rente te maken hebben.
Marktrentes spelen ook een grote rol
Ook zonder nieuw rentebesluit van de ECB kunnen spaarrentes veranderen. Banken kijken namelijk niet alleen naar officiële beleidsrentes van de ECB, maar ook naar marktrentes zoals Euribor en kapitaalmarktrentes. Die bepalen hoeveel rente banken betalen om geld aan te trekken op financiële markten.
Verwachten financiële markten bijvoorbeeld dat de ECB binnenkort de beleidsrente gaat verlagen? Dan bewegen marktrentes vaak al eerder omlaag. Banken passen spaarrentes dan soms alvast aan, nog voordat de ECB zelf een besluit neemt.
Lees daarom ook:
Waarom banken renteverhogingen vaak langzaam doorgeven
Misschien merk je zelf ook dat spaarrentes vaak minder snel stijgen dan de beleidsrente van de ECB. Dat komt vooral doordat banken niet direct afhankelijk zijn van nieuw spaargeld.
In Nederland laten veel mensen hun spaargeld jarenlang bij dezelfde bank staan. Daardoor voelen grote banken vaak minder druk om spaarrentes snel te verhogen. Voor banken zijn lage spaarrentes bovendien gunstig voor hun winstgevendheid. Daarom verhogen banken spaarrentes meestal alleen wanneer dat echt nodig is om spaargeld aan te trekken. Bij dalende rentes zie je vaak het tegenovergestelde. Dan verlagen banken spaarrentes soms juist relatief snel.
Het verschil tussen variabele spaarrentes en deposito’s
Vooral variabele spaarrentes reageren verschillend op veranderingen van de beleidsrente.
-
Bij een gewone spaarrekening: kunnen banken spaarrentes op ieder moment aanpassen. Daardoor bewegen variabele spaarrentes meestal geleidelijk mee met ontwikkelingen in de markt.
-
Bij een spaardeposito: kijken banken veel sterker naar verwachtingen over toekomstige renteontwikkelingen en marktrentes op langere termijn. Hierdoor kunnen depositorentes soms al dalen terwijl de ECB de beleidsrente nog niet heeft verlaagd.
Grote verschillen tussen banken
De Nederlandse spaarmarkt verschilt van veel andere Europese landen. Grote banken beschikken vaak al over veel spaargeld van bestaande klanten. Daardoor hoeven zij minder actief te concurreren op spaarrente. Kleinere banken en buitenlandse aanbieders bewegen vaak sneller mee met renteontwikkelingen om nieuwe spaarklanten aan te trekken. Zo ontstaan regelmatig grote verschillen tussen spaarrentes. Kijk je alleen naar de rente van je eigen bank? Dan krijg je vaak geen volledig beeld van de markt.
Meer over die ontwikkeling lees je op spaarrente ontwikkeling.