ECB-rente blijft 2,50%: spaarrente tot 3,11%
De ECB houdt de rente gelijk op 2,50%. Toch bieden kleinere Nederlandse en buitenlandse banken spaarders soms meer dan dat. De hoogste spaarrente op een vrij opneembare spaarrekening is nu 3,11%.
De Europese Centrale Bank (ECB) laat haar rente ongewijzigd. Dat betekent niet dat banken ook hun spaarrente gelijk houden. Vooral kleinere Nederlandse banken en banken uit andere Europese landen proberen nieuw spaargeld aan te trekken. Ga je spaarrentes vergelijken, dan vind je op dit moment negen aanbieders die meer dan de ECB-rente bieden.
ECB houdt rente gelijk
In september verhoogde de ECB de rente nog met 0,25 procentpunt. De inflatie in de eurozone kwam die maand uit op 3,8%, ruim boven de ECB-doelstelling van 2%. Vooral de hogere energieprijzen dragen bij aan de prijsstijgingen. Tegelijkertijd blijft de economische groei beperkt. Een hogere rente maakt lenen duurder en kan de economie verder afremmen.
De ECB houdt de rente nu gelijk en kijkt hoe de inflatie en economie zich ontwikkelen. De bank noemt stijgende energieprijzen als risico voor de inflatie én voor de economische groei. De onderliggende inflatie bleef tot nu toe redelijk stabiel en de lonen reageerden nog niet sterk op de hogere energieprijzen. De ECB beslist per vergadering op basis van nieuwe cijfers en kiest nu dus voor een pas op de plaats.
De ECB liet alle drie de belangrijkste rentetarieven ongewijzigd: de depositorente blijft 2,50%, de herfinancieringsrente 2,65% en de marginale beleningsrente 2,90%.
Hoe bepalen banken hun spaarrente?
Banken kijken naar de ECB-rente, maar nemen die niet automatisch over. Ze bepalen zelf hoeveel rente ze spaarders betalen. Ook de marktrente, concurrentie en hun behoefte aan spaargeld spelen mee. Banken die extra spaargeld willen aantrekken, kunnen een hogere rente bieden. Kijken we naar spaarbanken die een hoge spaarrente bieden, dan springen vooral kleinere Nederlandse banken en banken uit andere Europese landen in het oog.
Waarom blijven banken spaargeld zoeken?
In september verhoogden 19 banken hun variabele spaarrente. De gemiddelde spaarrente steeg daardoor van 1,80% naar 1,89%. Dat was de grootste maandelijkse stijging sinds januari 2024.
Kleinere en buitenlandse banken hebben spaargeld nodig om hun groei en kredietverlening te financieren. Nederland is voor hen aantrekkelijk, omdat huishoudens hier veel spaargeld hebben. Dankzij online bankieren kunnen buitenlandse banken Nederlandse spaarders bovendien makkelijk bereiken. Zolang deze banken extra spaargeld nodig hebben, blijven zij aantrekkelijke rentes bieden, ook als de ECB-rente gelijk blijft.
Nederlandse banken staan hoog in de rentelijst
De hoogste rente op een spaarrekening vind je op dit moment bij bunq, een Nederlandse bank. Nieuwe spaarders krijgen daar een actierente van 3,11%. Van de zeven actierentes bovenaan de spaarrentevergelijking komen er vier van Nederlandse banken.
Bij ING en ABN AMRO krijg je als spaarder nu 1,25% rente. Rabobank biedt maximaal 1,60%. Bij kleinere banken kan de spaarrente dus meer dan twee keer zo hoog liggen.
Inflatie knabbelt aan spaargeld
De inflatie in Nederland kwam in september uit op 3,4%, volgens het CBS. Wie 1,25% rente krijgt, ziet de koopkracht van het spaargeld afnemen. Een hogere rente kan dat verlies beperken. Een spaardeposito met een looptijd van één jaar biedt nu maximaal 3,40% rente: evenveel als de Nederlandse inflatie in september.
De hoogste depositorente staat nu op 3,91%, op een deposito met een looptijd van 10 jaar.